Elke nootnaam uit de westerse muziek, met de plaats op het klavier, hoe hij klinkt en onder welke andere naam hij geschreven kan worden.
De westerse muziek gebruikt zeven letternamen, A tot en met G, die in elk octaaf terugkeren. Een kruis verhoogt een noot met een halve toon en een mol verlaagt hem met een halve toon; zo worden de twaalf toonhoogtes van het octaaf met slechts zeven letters geschreven.
Doordat kruisen en mollen elkaar overlappen, hebben de meeste toonhoogtes twee namen. C♯ en D♭ zijn dezelfde toets op de piano; welke schrijfwijze juist is, hangt af van de toonsoort waarin je speelt, niet van de klank.
De westerse muziek heeft twaalf verschillende toonhoogtes per octaaf, geschreven met zeven letternamen plus kruisen en mollen. Dat levert 21 gangbare nootnamen op: zeven stamtonen, zeven met een kruis en zeven met een mol.
Een kruis verhoogt een noot met een halve toon en een mol verlaagt hem met een halve toon. Twee verschillende schrijfwijzen kunnen dus naar dezelfde toonhoogte wijzen — C♯ en D♭ klinken identiek.