De toonladder D Lydisch bevat 7 noten: D, E, F♯, G♯, A, B, C♯.
Lydisch is de vierde modus van de majeurtoonladder — een majeurtoonladder met een verhoogde kwart. Die verhoogde kwart haalt de trek van de reine kwart weg en laat een zwevende, open klank over, die in filmmuziek voortdurend wordt gebruikt.
D Lydisch gebruikt dezelfde noten als A Majeur, maar begint op trap 4 in plaats van op de eerste. De noten zijn gedeeld; de tonica, en daarmee de klank, niet.
D Lydisch is een toonladder, geen toonsoort. Hij heeft geen eigen voorteken — muziek die hem gebruikt, wordt normaal genoteerd in het voorteken van de moedertoonladder, met extra voortekens daar waar ze voorkomen.
| Trap | Noot | Interval | Halve tonen |
|---|---|---|---|
| 1 | D | P1 | 0 |
| 2 | E | M2 | 2 |
| 3 | F♯ | M3 | 4 |
| 4 | G♯ | TT | 6 |
| 5 | A | P5 | 7 |
| 6 | B | M6 | 9 |
| 7 | C♯ | M7 | 11 |
Dit zijn de drieklanken op elke trap van D Lydisch, gebouwd met uitsluitend noten uit de toonladder.
Elk toonladdertype dat op D begint, ter vergelijking.
De toonladder D Lydisch heeft 7 noten: D, E, F♯, G♯, A, B, C♯.
De toonladder D Lydisch volgt het stappenpatroon W–W–W–H–W–W–H, waarbij H een halve toon is en W een hele toon.
D Lydisch is de modus van A Majeur die op de 4e trap begint. Beide toonladders gebruiken dezelfde noten, maar lossen op naar een andere tonica.
De drieklanken die uit de toonladder D Lydisch worden gebouwd, zijn D, E, F♯m, G♯dim, A, Bm, C♯m.