Een sus-akkoord verwijdert de terts — de noot die majeur of mineur bepaalt — en vervangt die door een secunde (sus2) of een kwart (sus4). Csus4 is C–F–G; Csus2 is C–D–G. Zonder terts hangt het akkoord in de lucht, niet vrolijk en niet droevig.
De klassieke zet is voorhouden en oplossen: speel Csus4 en laat dan de F naar E vallen. Die 4→3-oplossing drijft alles aan, van hymnecadensen tot het begin van "Pinball Wizard". Het 7sus4-akkoord (C–F–G–B♭) doet dezelfde truc boven een dominant en is een vaste waarde in het funk- en gospelklavierspel.
Sus-akkoorden werken ook als bestemming, niet alleen als spanning: veel moderne pop en worshipmuziek rust juist op sus2-voicings omdat ze stabiel maar niet zoet zijn. Vervang eens een simpel majeurakkoord in een progressie door de sus2 en luister hoeveel opener het klinkt.